Cover 16 9

Panthers van Defensie versterken de brandbestrijding in de Hoge Venen

19 augustus 2026

  • Bijna 3.000 hectare werd getroffen door de brand die op 14 augustus in de Hoge Venen uitbrak. Dankzij het werk van de ploegen op de grond blijft de brand onder controle en zijn de werkzaamheden om het getroffen gebied volledig af te schermen bijna afgerond. Sinds zaterdag 15 augustus kwamen op vraag van de gouverneur van de provincie Luik een veertigtal militaire brandweerlieden met zes Panther-voertuigen in actie.

     

    “De huidige situatie wordt voornamelijk bepaald door twee factoren: het weer en het terrein”, legt de provinciecommandant van Luik, kolonel Jacques-Houssa, uit. De wind, waarvan de richting regelmatig verandert, bemoeilijkt de operaties. Ook de weersomstandigheden kunnen de inzet van luchtmiddelen beperken. Een dik of een te laag wolkendek kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat helikopters en vliegtuigen niet kunnen worden ingezet. De grote hoeveelheid rook die nog steeds uit het gebied opstijgt, blijft bovendien dicht bij de grond hangen, waardoor het zicht van de ploegen wordt beperkt.

    Ook het terrein vormt een grote uitdaging. De voertuigen kunnen vrijwel uitsluitend gebruikmaken van bestaande wegen en paden. “De bodem is zo zacht dat het onmogelijk is om de wegen te verlaten zonder vast te komen zitten. We zijn dus sterk afhankelijk van het bestaande wegennet”, aldus kolonel Jacques-Houssa.

     

    Zes Panthers continu ingezet

    In deze omstandigheden heeft Defensie sinds het begin van haar inzet in totaal een veertigtal militaire brandweerlieden en zes Panther-voertuigen ingezet. Deze brandweerwagens worden normaal gebruikt op de luchtmachtbasissen. Het personeel en materieel zijn afkomstig van de 1e Wing (Beauvechain), 2e Tactische Wing (Florennes), 10e Tactische Wing (Kleine-Brogel) et van andere eenheden.

    Hun rol bestaat erin de inzet van de civiele brandweer aan te vullen door vanuit de toegankelijke wegen een grote bluscapaciteit te bieden. “De civiele brandweerlieden bestrijden de brandhaarden rechtstreeks. Wij kunnen vanaf een grotere afstand werken en grote hoeveelheden water aanvoeren naar plaatsen waar hun voertuigen niet kunnen komen”, legt de On Scene Commander (OSC), de coördinator van het militaire detachement, uit.

    Elke Panther vervoert 10.500 liter water en 600 liter schuimconcentraat. Dankzij zijn waterkanonnen kan het water tot 90 meter ver spuiten. Ook sproeiwagens van de politie worden ingezet om deze capaciteit aan te vullen.

    De zes Panthers worden 24 uur per dag ingezet. De bemanningen wisselen elkaar om de twaalf uur af, met gemiddeld drie à vier militaire brandweerlieden per voertuig en per shift. Sinds het begin van de inzet lossen de militaire brandweerlieden elkaar op het terrein af om de continuïteit van de operaties te verzekeren.

DSC 1318
  • Een brand die onder de oppervlakte kan voortduren

    Minder zichtbare vlammen betekenen niet noodzakelijk dat het gevaar geweken is. In veengebieden kan het vuur namelijk onder de oppervlakte blijven voortwoekeren. “Het doel van het besproeien is daarom om het gebied diepgaand af te koelen en veilig te stellen en niet alleen de zichtbare vlammen te doven”, legt de OSC uit. Sommige zones moeten daarom meerdere uren worden besproeid voordat ze als voldoende veilig kunnen worden beschouwd.

    In de gebieden waar de Panthers kunnen worden ingezet, is hun opdracht er onder meer op gericht te voorkomen dat het vuur bepaalde wegen oversteekt en de nabijgelegen bosgebieden bereikt. Een verdere uitbreiding van de brand zou de ploegen ertoe kunnen dwingen hun aanvalslijn te verplaatsen, die zich momenteel al over meerdere kilometers uitstrekt.

     

    Ondersteuning op alle fronten

    De inzet van Defensie maakt deel uit van haar opdracht van hulp aan de natie, waarbij gespecialiseerde capaciteiten ter beschikking kunnen worden gesteld van de civiele autoriteiten wanneer zij daarom vragen. De militairen staan ook in voor een deel van de logistieke ondersteuning van de operatie. Zo zorgt het Bataljon Infanterie 12/13 Linie (Spa) voor de bevoorrading van het terrein met maaltijden, drinkwater en brandstof en organiseert het de accommodatie.

    De 10e Wing stelde Europese partners in staat om op het vliegveld van Spa brandstof te tanken. Dankzij hun bijdrage kunnen de beschikbare capaciteiten worden uitgebreid op een terrein dat bijzonder moeilijk toegankelijk is. Internationale luchtmiddelen kunnen gebieden bereiken die vanaf de grond moeilijk toegankelijk zijn voor de civiele ploegen en de Panthers.

    Met bijna 3.000 getroffen hectare en ongeveer 500 mensen die nog steeds worden ingezet, gaan de operaties ononderbroken door. De inzet op de grond is nu gericht op het verder afschermen van het getroffen gebied en het onder controle houden van de nog actieve brandhaarden. Defensie zal de civiele autoriteiten blijven ondersteunen zolang dat nodig is en zolang haar inzet wordt gevraagd.

Auteurs Camille Henry, Mark Foto's Adrien Muylaert