
In Sesimbra duiken, varen en vliegen de drones van morgen
24 september 2026
-
Meer dan 1.500 deelnemers van 36 nationale marines, ruim 60 bedrijven, 13 universiteiten en vijf NAVO-organisaties kwamen deze maand bijeen in Portugal voor REPMUS 2026. Tijdens de oefening worden meer dan 300 onbemande systemen getest, van onderwaterdrones tot onbemande helikopters. Voor de Marine is dit een unieke kans om nieuwe technologieën te evalueren in omstandigheden die zo dicht mogelijk bij de realiteit liggen.
REPMUS, wat staat voor Robotic Experimentation and Prototyping with Maritime Unmanned Systems, brengt jaarlijks Defensie, de industrie en de academische wereld samen. Tijdens deze internationale oefening rond de ontwikkeling en het testen van onbemande maritieme systemen tonen bedrijven hun nieuwste systemen, verzamelen onderzoekers data en ontdekken marines welke technologieën nuttig zouden kunnen zijn bij toekomstige operaties.
Voor de Marine ligt de nadruk dit jaar onder andere op het verkennen van nieuwe onderwaterdrones voor mijnenbestrijding. Daarnaast ondersteunen Belgische militairen verschillende experimenten vanuit de lucht, terwijl Belgische onderzoekscentra bijdragen aan projecten rond artificiële intelligentie en onderwaterdetectie.
Onder water
In Sesimbra gaat de aandacht vooral naar wat zich onder het wateroppervlak afspeelt. Het Very Shallow Water Team (VSW) zoekt tussen de tientallen voorgestelde onderwatersystemen naar technologie die interessant kan zijn voor onze Marine. “REPMUS is ideaal om nieuwe onderwaterdrones en systemen te ontdekken", vertelt Geoffrey, operator bij het Very Shallow Water Team. "We kijken niet alleen naar wat NAVO-partners gebruiken, maar spreken ook rechtstreeks met bedrijven die hier hun nieuwste technologie voorstellen. Dat geeft ons een duidelijk beeld van wat vandaag beschikbaar is.”
Tijdens de oefening worden verschillende systemen ingezet: “Samen met onze Nederlandse partners en een Canadees bedrijf hebben we een contact op de zeebodem onderzocht. Met behulp van een onderwaterdrone maakten we een gedetailleerd 3D-beeld, waarmee we konden bevestigen dat het om een oefenmijn ging.”
Technologie testen in omstandigheden die veel dichter bij de praktijk liggen dan een demonstratie op een beursvloer, vormt een van de grote meerwaarden van REPMUS. Belgische duiker-ontmijners testen zo nieuwe apparaten om hun manier van werken verder te optimaliseren en de veiligheid te verhogen.

-
Sensoren in de lucht
Ook boven zee wordt volop geëxperimenteerd. Belgische techniekers en operatoren ondersteunen tijdens REPMUS verschillende testen met de Skeldar V-200, een onbemande helikopter waarmee de Marine vandaag al traint. Dat toestel zal in de toekomst deel uitmaken van de toolbox van de Belgisch-Nederlandse mijnenbestrijdingscapaciteit. De techniekers staan in voor het onderhoud en de controles voor en na de vlucht, terwijl operatoren de vluchten uitvoeren.
“We ondersteunen verschillende experimenten met de Skeldar V-200”, zegt Tarquin, V-200-operator binnen de dronecel voor mijnenbestrijding. Een deel van de experimenten gebeurt samen met internationale partners en draait rond sensoren die onder meer kunnen worden ingezet voor het detecteren van onderzeeboten. “Dat laat ons toe verder ervaring op te bouwen. De oefening biedt ons een unieke kans om te trainen boven zee, onder wisselende weersomstandigheden en in een internationale omgeving. Dat soort ervaring doe je niet op tijdens een klassieke trainingsvlucht.”

-
Belgische bedrijven en onderzoekers
Niet alleen militairen zijn aanwezig in Portugal. Ook verschillende Belgische bedrijven en kennisinstellingen maken deel uit van de Belgische delegatie. MAHI en Sabena Engineering nemen deel aan de oefening en experimenteren er samen met militaire en academische partners. GEOXYZ presenteert er bijvoorbeeld een nieuw onbemand oppervlaktevaartuig van 13 meter lang: “We bouwen onbemande oppervlaktevaartuigen die flexibel kunnen worden ingezet voor uiteenlopende maritieme opdrachten, van hydrografische werkzaamheden tot bewaking en ondersteuning van Defensieoperaties.”
Onderzoekers van de Koninklijke Militaire School werken dan weer aan artificiële intelligentie die operators ondersteunt bij het analyseren van sonarbeelden: “Het analyseren van sonarbeelden is complex en vraagt langdurige concentratie. AI kan operators helpen door mogelijke objecten automatisch te markeren, zodat niets over het hoofd wordt gezien.”
Ook onderzoekers van de Université libre de Bruxelles zijn aanwezig. Zij verzamelen gegevens en inzichten die later verder worden uitgewerkt binnen verschillende onderzoeksprojecten.
Internationale proeftuin
“Wat hier het meest indruk maakt, is de enorme verscheidenheid aan systemen. De uitdaging bestaat erin te bepalen welke oplossingen het best aansluiten bij de behoeften van onze Marine”, aldus fregatkapitein Filip Clauwaert. “Defensie moet duidelijk maken welke capaciteiten nodig zijn, terwijl de industrie toont wat technologisch mogelijk is. Zo kunnen we samen beoordelen welke systemen daadwerkelijk een meerwaarde bieden.”