
F-35: Europese partners kiezen voor een gedeelde vloot
17 september 2026
-
Het is niet langer fictie om een Belgische piloot te zien plaatsnemen in een Noorse F-35, die op de grond is klaargemaakt door een Deense technicus, om een internationale missie uit te voeren. De overeenkomst Capacity on Call, die tijdens de Weapons Instructor Course (WIC) 2026 in de praktijk wordt gebracht, bundelt de capaciteiten van zes bondgenoten en meer dan 150 F-35's.
De WIC 2026 brengt piloten, technici en specialisten samen om complexe missies voor te bereiden en uit te voeren. Zes landen zetten een nieuwe stap door bepaalde capaciteiten met betrekking tot hun F-35-vloten te delen.
Een collectieve capaciteit
Deze evolutie steunt op het akkoord Capacity on Call, een permanente structuur die partnerlanden toelaat bepaalde capaciteiten onderling ter beschikking te stellen. Samen beschikken zij over meer dan 150 F-35's.
Het doel reikt verder dan louter wederzijdse ondersteuning. De partners willen gezamenlijke procedures ontwikkelen zodat zij hun toestellen steeds meer geïntegreerd kunnen inzetten en onderhouden.
Deze samenwerking rust op drie pijlers: interfly, waarbij een piloot met een toestel van een ander land kan vliegen, cross-servicing, waarbij geallieerde technici het onderhoud van een vliegtuig mogen uitvoeren, en weapons cross-loading, wat het gebruik van munitie uit verschillende voorraden vergemakkelijkt.

-
Concrete interoperabiliteit
Deze integratie is vandaag al zichtbaar op het terrein. Denemarken maakt momenteel gebruik van vijf F-35's die door Noorwegen ter beschikking zijn gesteld, terwijl bemanningen en specialisten uit verschillende landen volgens geharmoniseerde procedures te werk gaan.
Op 17 september bereikt het systeem een nieuwe mijlpaal met de integratie van Finse piloten en piloten van de U.S. Air Forces in Europe (USAFE). Zes landen opereren zo binnen één en dezelfde operationele configuratie, wat aantoont dat de partners in staat zijn om lucht- en personeelsmiddelen over de nationale grenzen heen te delen.
Van technische ondersteuning tot gedeelde bewapening
De Deense technici staan onder meer in voor het onderhoud van Noorse toestellen die deel uitmaken van deze gedeelde vloot. Dankzij de harmonisering van kwalificaties en procedures kunnen onderhoudsteams werken aan de vliegtuigen van de partnerlanden.
Deze aanpak strekt zich ook uit tot de bewapening. Tijdens oefeningen kan munitie uit de voorraden van het ene land worden ingezet vanaf vliegtuigen van een ander land. De interoperabiliteit omvat zo het gehele wapensysteem, van logistieke ondersteuning tot missie-uitvoering.

-
De leiders van morgen opleiden
WIC 2026 vormt een realistisch laboratorium voor deze versterkte samenwerking. Door de meest ervaren bemanningen en specialisten samen te brengen, maakt het de ontwikkeling van een gemeenschappelijke aanpak voor moderne luchtoperaties mogelijk.
De training legt ook de nadruk op tactisch leiderschap. Toekomstige instructeurs leren complexe multinationale operaties te coördineren en de mogelijkheden van deze steeds verdergaande integratie volledig te benutten.
De F-35's blijven deel uitmaken van de nationale vloten, maar worden steeds vaker gezamenlijk ingezet. Deze ontwikkeling versterkt de flexibiliteit, weerbaarheid en operationele doeltreffendheid van de partnerlanden, die voortaan vliegtuigen, expertise en middelen kunnen delen om gezamenlijk toekomstige uitdagingen aan te gaan.