
Belgische onderwaterdrones sporen mijnen op in Turkije
16 oktober 2026
-
In Turkije neemt de Marine deel aan de multinationale oefening Nusret. Op het programma: onderwatermijnen opsporen met behulp van drones, en vooral leren samenwerken met partners van over de hele wereld.
Aan de Egeïsche kust, nabij Urla, ligt de baai er vredig bij. Toch bereiden de militairen, die van 6 tot 16 oktober op de marinebasis bijeen zijn gekomen, zich voor op een onzichtbare dreiging: mijnen. Het Belgische Very Shallow Water-team (VSW), gespecialiseerd in zeer ondiepe wateren, demonstreert er zijn expertise.
Voor Marc, lid van het VSW-team, draait het in de eerste plaats niet om de techniek: “Het gaat er vooral om onze Turkse collega's beter te leren kennen en te leren samenwerken zonder elkaar in de weg te staan.” Iedereen moet weten wat hij van de ander kan verwachten. Zijn belangrijkste les: vertrouwen. Bij een defect weten de Belgen dat ze op de Turken kunnen rekenen.
De drone lokaliseert, de duiker grijpt in
De ster van de Belgische demonstratie heet Remus. Deze autonome onderwaterdrone scant de zeebodem met zijn sonar zonder een duiker aan gevaar bloot te stellen. Maar de machine beslist niet zelfstandig. “Ik bestuur de drone, maar ik moet groen licht krijgen van de EOD- (Explosive Ordnance Disposal) en VSW-teamleiders voordat een mijn wordt vernietigd”, legt operator Quentin uit.
De EOD-teams zijn gespecialiseerd in het neutraliseren van explosieven en munitie. Duikers blijven onmisbaar: om een object nauwkeurig te identificeren of om een mijn te verplaatsen zodat deze kan worden vernietigd zonder nabijgelegen infrastructuur te beschadigen.
De uitwisseling verloopt in beide richtingen. De Belgen laten zien hoe de Remus wordt ingezet, terwijl de Turken tonen hoe zij de gedetecteerde objecten neutraliseren. Tegelijk oefenen de Belgen ook met Turkse munitie waarmee ze nog niet vertrouwd zijn.

-
Marines van over de hele wereld komen leren
Oefening Nusret biedt België de mogelijkheid om zijn expertise te tonen aan marines die hun eigen onderwaterdrones willen ontwikkelen. Luitenant-commandant Nik Ashraf Thaqid bin Nik Azizan van de Koninklijke Maleisische Marine trok lessen uit de crisis in de Straat van Hormuz: “We hebben ingezien dat we een robot nodig hebben om onderwateronderzoek uit te voeren.” Voor zijn land, gelegen aan de Straat van Malakka, zouden deze drones nuttig zijn voor mijnenbestrijding en voor reddingsoperaties. Maar hij merkt ook op: “We hebben nog altijd duikers nodig om bepaalde voorwerpen nauwkeuriger te onderzoeken."
Een Koeweitse duiker-ontmijner ziet het als “een goede gelegenheid om informatie uit te wisselen en te zien over welke nieuw apparatuur andere landen beschikken”. De Zuid-Koreaanse officier Seo, onder de indruk van de Remus en de Belgische snelle vaartuigen, zal zijn bevindingen aan zijn commando rapporteren.
“Het is een goed teken dat we allemaal samenwerken”, stelt kolonel Danny Geerinck, Belgisch defensieattaché in Ankara. Binnen de NAVO is samenwerking een collectieve verantwoordelijkheid, ongeacht de omvang van de betrokken landen. Tegen de achtergrond van de spanningen in de Zwarte Zee helpen dergelijke oefeningen om verschillen in taal, cultuur en politieke visie te overstijgen.
Logistieke voorbereiding
Het transport van het materieel maakt eveneens deel uit van de oefening. De uitrusting naar Turkije vervoeren, ontplooien en operationeel inzetten in een multinationale omgeving vergt een grondige logistieke voorbereiding. “De Turken moeten weten wat ze van ons kunnen verwachten en wij moeten hun procedures begrijpen, zodat iedereen kan werken zonder elkaar in de weg te staan”, vat Marc samen.
“Wanneer het conflict ver weg is, moet je blijven leren, lessen trekken en je blijven voorbereiden”, benadrukt ook de Nederlandse kapitein, die het bevel voert over de VSW-component van de Belgisch-Nederlandse groep. “Het volstaat niet om deze systemen aan te schaffen, je moet ook leren hoe je die zo efficiënt mogelijk kunt inzetten”.
Want onder de oppervlakte blijft de dreiging onzichtbaar. Om die het hoofd te bieden volstaat technologie alleen niet. Daarvoor zijn goed getrainde teams, gedeelde procedures en wederzijds vertrouwen nodig om samen op te treden.