
Verduidelijkingen Defensie over berichtgeving PANO-reportage ‘drones’ dd. 15/04/26
16 april 2026
-
Defensie preciseert graag een aantal zaken naar aanleiding van de PANO-uitzending over drones, uitgezonden op 15 april 2026. Na het door de VRT gerapporteerde drone-incident boven het militair kwartier van Elsenborn in oktober 2025 werd duidelijk dat Defensie niet beschikte over de middelen en de mogelijkheden om overvliegende drones te detecteren en, na detectie, hiertegen op te treden. De zeer beperkte beschikbare capaciteit aan anti-drone middelen kon niet op een effectieve en efficiënte manier het hoofd bieden aan deze acute hybride dronedreiging. Daarom werd, na gunstig advies van de Kamercommissie Legeraankopen de goedkeuring gevraagd aan en verkregen van de Ministerraad, voor een geheel van kortetermijnmaatregelen (implementatie uiterlijk tegen eind juni 2026) in het domein van Counter-Unmanned Aerial Systems (C-UAS) om de nationale veiligheid te verzekeren.
Door het gebrek aan deze capaciteit en gezien de urgentie, werd geopteerd voor het toepassen van de mogelijkheid binnen de Wet van 13 augustus 2011 inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied om een onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking op te starten op grond van Art 25, 1°, e (crisis) en - Art 25, 1°, g (exclusieve rechten).
Hierdoor geldt een vrijstelling van publicatie, maar niet van concurrentie. De aanbestedende overheid kiest in dit geval zelf de firma’s die ze in concurrentie stelt en doet dit op basis van een prospectie. Als de prospectie uitwijst dat er eigenlijk maar één firma is die kan voldoen aan de gestelde technische en operationele behoeften voor een aanvaardbare prijs, kan men bijkomend Art 25, 1°, g) als wettelijke basis inroepen.
De gevoerde procedure is gebaseerd op de toepassing van technische redenen zijnde: compatibiliteit en interoperabiliteit met bestaande systemen en de snelle beschikbaarheid van deze middelen (implementatie tegen eind juni 2026) aan een aanvaardbare prijs. De criteria waren met andere woorden: bedrijven die de grootste garantie boden dat het materiaal aangeleverd kon worden, dat dit binnen het kortst mogelijke tijdsbestek geleverd kon worden en dat dit compatibel en interoperabel is met bestaande capaciteiten binnen Defensie.
Finaal werden bestellingen geplaatst bij vier Belgische firma’s en één buitenlandse firma. Tijdens de PANO-reportage werden bepaalde prijsvergelijkingen gemaakt die geenszins correct zijn. Defensie heeft marktconforme en geauditeerde prijzen betaald die hieronder verder worden toegelicht. Exacte prijzen kunnen niet worden gedeeld omwille van commercieel geheim.
Aangezien er reeds meer dan 100 droneguns werden aangekocht bij de firma COBBS voor inzet in operaties en voor Oekraïne begin 2025 werd beslist om dezelfde middelen te voorzien voor de territoriale wachtdetachementen. Dit zorgt voor standaardisatie en vereenvoudigt de vorming en training van de militairen. Bovendien is de firma COBBS de officiële verdeler van deze droneguns in heel België.
Ook de dronehunters type BLAZE worden exclusief door COBBS verdeeld. Gezien de zeer positieve resultaten van dit systeem in Oekraïne en de interoperabiliteit qua dataprotocols met radarsystemen versterkt dit de operationele output aanzienlijk. De geciteerde eenheidsprijzen omvatten niet alleen de aankoop van dronehunters, maar ook consoles voor de operator, supplementaire kinetische ladingen, vorming, spare propellers, commando- en controlesystemen, lanceersystemen, ondersteuning, ….
De marktconforme prijs werd aangetoond door het aanreiken van referentiefacturen van andere landen en waarvoor de voor België bekomen prijzen iets lager waren. Bovendien vroeg Oekraïne in het kader van het Steunpakket 2026 aan België om dit type drone voor hen aan te kopen.
Het feit dat Oekraïne deze drone vroeg, duidt erop dat deze zijn reële efficiëntie bewijst. In het kader van dat Belgisch steunpakket aan Oekraïne vond er eind vorig jaar een prijzencontrole plaats bij COBBS omtrent de levering van de BLAZE-dronehunter. Hieruit is gebleken dat de gehanteerde eenheidsprijs wel degelijk marktconform was. De Inspectie van Financiën maakte bij dit dossier geen opmerkingen. De vorming van de BLAZE-operatoren werd uitgevoerd en trainings- en onderscheppingsvluchten vonden plaats.
De radiofrequentie-antennes van Senhive zijn niet de basisversie waarvan sprake is in de PANO-reportage. Deze versie is niet aangepast aan de militaire behoeften en kan ook niet evolueren. Ze is dus niet geschikt om militaire of vijandelijke drones te detecteren boven militaire installaties. Defensie heeft de professionele/militaire versie besteld (SEN PRO). De betaalde prijs is correct aangezien deze antennes ook gebruikt worden binnen het CAMO-project en we via het partnerland de details en de prijzencontrole hebben kunnen ontvangen.
Het is belangrijk om op te merken dat, naast de 84 antennes, ook de servers en de software een belangrijke component van de bestelling uitmaken. Aangezien Skeyes en Proximus dit systeem ook gebruiken, konden we een breder beeld krijgen van radiogestuurde drones over het gehele grondgebied (compatibiliteit en interoperabiliteit). Het betreft hier het overgrote deel van de drones.
Niet-radiogestuurde drones kunnen gedetecteerd worden door de mobiele Radar Giraffe 1X die ook deel uitmaakt van het dossier en bovendien een integratie met het MISTRAL-luchtafweersysteem mogelijk maakt. De installatie van de SEN PRO op de kritische sites is al gebeurd, voor de andere kwartieren is dit lopende. Alle sites zullen in juni 2026 voorzien zijn van dit systeem. De Giraffe werd reeds in december 2025 geleverd.
Het betreft hier acute en urgente bestellingen die een leemte op korte termijn moeten invullen. Zij maken geen deel uit van het geïntegreerde systeem dat maatregelen op middellange en/of lange termijn beoogt. Die maken deel uit van het verwervingsdossier ‘Innovatief Partnerschap Counter-UAS’ ten voordele van de operationele inzetbare eenheden van Defensie waarbij geïntegreerde systemen (een combinatie van allerlei sensoren met effectoren en bijhorende software en aansturing) worden aangekocht.
Binnen deze raamovereenkomst is het onder meer voorzien om voor acht militair gevoelige infrastructuren van bijkomende sensoren, effectoren en de bijhorende Command & Control te voorzien. Op dinsdag 14 april organiseerde Defensie een informatiesessie over de procedure waarbij meer dan 200 deelnemers waren ingeschreven, afkomstig van 124 firma’s uit de nationale en internationale industrie.
Defensie kan met zekerheid stellen dat de verwerving van het materiaal correct is verlopen, dat het voldoet aan haar noden en behoeften op korte termijn en dat een marktconforme prijs werd betaald. Defensie betreurt de insinuaties en sfeerschepping die gecreëerd werden in dit dossier als zouden er onoorbare praktijken hebben plaatsgevonden en bepaalde bedrijven zouden bevoordeeld of benadeeld zijn.
Een dergelijke framing is niet alleen betreurenswaardig, ze is ook onwaardig. De veiligheid van het land en zijn burgers zijn de allergrootste prioriteit voor Defensie en de enige leidraad in haar handelen en optreden. Het valt in die optiek ook te betreuren dat deze feitelijke informatie, ondanks herhaaldelijk aandringen, vanochtend niet door de Directeur-Generaal Material Resources mocht worden gebracht op de kanalen van de VRT.
De beoordeling van de drone-incidenten door de bevoegde veiligheidsdiensten gebeurde binnen het kader van gedeelde Europese inschattingen inzake hybride dreigingen. In die periode werden herhaaldelijk ongeïdentificeerde luchtobjecten gemeld boven militaire installaties en civiele luchthavens, met reële operationele impact.
Gelijktijdig werden vergelijkbare incidenten vastgesteld in meerdere Europese lidstaten, onder meer in Denemarken tijdens het EU-voorzitterschap, maar ook in Nederland, Duitsland en Noorwegen. Dit grensoverschrijdend patroon werd meegenomen in de analyse, met aandacht voor gelijkenissen in timing en doelwitselectie. Daarbij werd rekening gehouden met het mogelijke optreden van een statelijke actor, zonder formele attributie.
Binnen dit kader werd door de veiligheidsdiensten de Russische Federatie beschouwd als de meest plausibele hypothese, naast andere mogelijke dreigingsactoren. Hierbij werd rekening gehouden met gekende vormen van hybride beïnvloeding, waaronder het gebruik van drones en cyberactiviteiten. Deze beoordeling werd geplaatst binnen een bredere geopolitieke context, waaronder de rol van België in Europese besluitvorming rond bevroren Russische tegoeden in het dossier EUROCLEAR, alsook gecoördineerde DDoS-aanvallen op Belgische overheids- en economische doelwitten.
De genomen maatregelen en de communicatie waren bewust proportioneel en gericht op waakzaamheid, niet op het creëren van onrust. Deze aanpak sluit aan bij recente vaststellingen van de Europese Commissie (COM(2026) 81 final Brussels, 11.2.2026 “COMMUNICATION FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL Action Plan on Drone and Counter Drone Security), die benadrukt dat het kwaadwillig of onverantwoord gebruik van drones een groeiende veiligheidsuitdaging vormt voor de Unie. Dit heeft impact op de luchtvaartveiligheid, kritieke infrastructuur en openbare veiligheid waarbij uiteenlopende actoren betrokken kunnen zijn.
Tegen die achtergrond is het belangrijk te onderlijnen dat drones vandaag een reële en blijvende dreiging vormen en dat België, net als andere Europese landen, historisch over beperkte beschermingscapaciteit beschikt tegen dit type risico’s.
Investeringen in detectie- en beschermingscapaciteiten blijven daarom noodzakelijk en structureel. Dat niet alle meldingen achteraf konden worden bevestigd, wijst niet op een overschatting van de dreiging, maar illustreert de inherente onzekerheid die eigen is aan hybride dreigingsbeelden. Het bevestigt de noodzaak om preventief en voorbereid te handelen.