20260028 Westerly Waters Jérusalem Destercke Hock(7)

Teamwork dat duurzaam visserijbeheer mogelijk maakt

25 februari 2026

  • De Marine en het Agentschap Landbouw & Zeevisserij vormen op zee één operationeel team. Aan boord van het patrouilleschip BNS Castor voeren ze gerichte visserijcontroles uit om regels te handhaven, visbestanden te beschermen en de veiligheid te waarborgen. Achter elk boardingmoment schuilen een grondige voorbereiding, duidelijke procedures en strak teamwork.

     

    Binnen de Kustwachtstructuur plant de Marine jaarlijks periodes voor het Joint Deployment Plan (JDP). De patrouillevaartuigen Castor en Pollux zijn wendbare schepen, elk uitgerust met twee RHIB’s. Deze snel inzetbare motorboten stellen inspecteurs in staat om veilig, zowel overdag als ’s nachts, aan boord te gaan van de te controleren schepen.

    Brent, tweede commandant Castor: “Onze Coastal Patrol Vessels (CPV’s) maken echt een verschil.We houden permanent een RHIB team stand by dat binnen drie minuten kan uitvaren.  We voeren bijna dagelijks boardings uit, van pleziervaartuigen tot containerschepen. Dat is routine en onze kerntaak.”

     

    Permanente aanwezigheid op zee

    De Marine bewaakt dagelijks de Belgische kustzone: van de territoriale wateren tot de bredere economische zone waar België visserijrechten uitoefent. Omdat visserij een belangrijk onderdeel is van het maritiem verkeer, maken controles structureel deel uit van deze opdracht. Inzet buiten de eigen wateren biedt de bemanning bovendien een waardevolle test van hun vaardigheden in minder vertrouwde omgevingen.

     

    Veilig en precies boarden

    Een boarding start met checklists, materiaalcontrole en heldere communicatie. Op het juiste moment wordt de RHIB gelanceerd, houdt de stuurman positie en stappen de inspecteurs gecontroleerd over. Tijdens de inspectie blijft de RHIB in de buurt, met constante radioverbinding en paraatheid voor een veilige terugkeer.

20260028 Westerly Waters Jérusalem Destercke Hock(1)
  • Datagestuurde selectie

    Welke schepen gecontroleerd worden, wordt bepaald op basis van de operationele richtlijnen van het Europees Agentschap voor de controle op de visserij (EFCA). Controleurs selecteren schepen gericht, rekening houdend met doelstellingen, targetlijsten per lidstaat en het tijdsverloop sinds de laatste controle. Elke inspectie wordt gerapporteerd aan EFCA en opgenomen in een overzichtssysteem dat de samenwerking tussen lidstaten versterkt.

    “We werken risicogestuurd”, legt een controleur van het Agentschap Landbouw & Zeevisserij uit. “EFCA bepaalt de focus, wij selecteren schepen op basis van doelstellingen, targetlijsten en recente controles. Elke inspectie rapporteren we centraal, zodat collega’s meteen  op de hoogte zijn.”

     

    Meten is weten

    Naast documenten en vangst controleren inspecteurs ook de maaswijdte van netten. Met een omegameter meten ze twintig opeenvolgende mazen onder voorgeschreven kracht. Het gemiddelde wordt vergeleken met de wettelijke norm. Zo beperken ze bijvangst en beschermen ze jonge visbestanden.

    Als Vlaamse, Belgische en Europese controleurs mogen de inspecteurs controles uitvoeren in de territoriale wateren (tot twaalf zeemijl), toezicht houden in de economische zone waar België visserijrechten heeft en opereren in buitenlandse wateren wanneer afspraken dat toelaten.

    Elke dag opnieuw tonen de Marine en het Agentschap Landbouw & Zeevisserij dat duurzaam visserijbeheer steunt op aanwezigheid, expertise en samenwerking. Dankzij goede planning, training en datagedreven controles blijft de Noordzee veilig, eerlijk en leefbaar — voor vissers, de sector en het mariene ecosysteem.

Auteur Mathieu Nijwening Foto's Jérusalem Destercke-Hock