-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Litouwse mijnenjager traint in Zeebrugge

Litouwse mijnenjager traint in Zeebrugge

 

De Litouwse mijnenjager Kuršis heeft in Zeebrugge twee weken training gevolgd om zich klaar te stomen voor NAVO-operaties. De week van 6 november stonden er losse oefeningen op het programma. De tweede week begon het echte werk met een tsunami aan oefeningen en een fictieve opname in een NAVO-eskader.

De Mine Countermeasure Vessels Operational Sea Training (MOST) is het Belgisch-Nederlandse trainingscentrum in Zeebrugge. Hier kunnen mijnenbestrijdingsschepen van de NAVO hun operationele paraatheid oefenen. Het team beschikt over twee ploegen die ook mobiel inzetbaar zijn. Dit jaar ondergingen al zestien mijnenjagers de opwerkingstesten, waaronder vijf buitenlandse schepen.

Nadat het hoofd van de MOST zijn dagelijkse ochtendbriefing aan zijn seariders (controleurs) heeft gegeven, vertrekt het schip om gesimuleerde incidenten te ondergaan. Die twee weken durende tests zijn noodzakelijk zodat de bemanning van het schip het attest 'safety and readyness check' krijgt om in NAVO-verband te kunnen opereren. Met de voorstellen van het MOST-team kunnen ze bepaalde procedures bijschaven. Elke marine is vrij om die al dan niet toe te passen.

Die testen variëren van duikincidenten, brandoefeningen tot elektriciteitspannes of de evacuatie van gewonden. De belangrijkste taak van een mijnenjager – de mijnenjacht - wordt uitvoerig getest met behump van onder meer de sonar en mijnenjachtdrones zoals de K-ster. Dat is een systeem om zeemijnen te bestrijden, gelijkaardig aan de Seafox die de Belgen gebruiken.

Tijdens de twee testweken vormen de talrijke brandoefeningen de rode draad. Een brand blussen aan boord is geen sinecure. De toegang naar bepaalde ruimtes is erg nauw en wanneer de rook het zicht beperkt, kan dat soms tot paniek leiden. Blijven trainen is de boodschap. Ook de procedure 'verlaat het schip' kwam regelmatig van pas, omdat het schip door de fictieve brand zwaar gehavend was.

Die opeenvolging van oefeningen is redelijk zwaar voor de bemanning. Toch beschouwen ze het als een eer om aan de MOST-training te kunnen deelnemen. Dankzij de inzet van de bemanning en de bijsturingen van de seariders van het MOST-team kreeg de bemanning het fel begeerde attest met de kwalificatie 'very satisfactory'. Nu zijn ze klaar voor een toekomstige deelname aan een NAVO reactiemacht.

Litouwen was na de Eerste Wereldoorlog een soevereine staat die in 1940 door het Sovjetleger onder de voet werd gelopen. Het kreeg pas zijn onafhankelijk terug in 1991, zodat de Litouwse marine nog pril is. Gezien zijn strategische ligging in de Baltische Zee is het belangrijk dat het land als NAVO-partner hulp krijgt bij trainingen en een beroep kan doen op de expertise van zijn partners.

Van Groot-Brittannië kocht Litouwen alvast twee mijnenjagers van de Hunt-klasse: de HMS Dulverton en de HMS Cottesmore. Die kregen een volledige upgrade op het vlak van technische voorzieningen en navigatie. Litouwen neemt bijna permanent met een van zijn schepen deel aan de Standing Naval Mine Countermeasures Group 1 (SNMCMG 1) en traint hierdoor regelmatig bij MOST.