-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Een revolutionaire stap in mijnenbestrijding

Een revolutionaire stap in mijnenbestrijding

 

Op initiatief van de admiraal Benelux (ABNL) werden op 13 en 14 december contactdagen georganiseerd over de nieuwe generatie mijnenbestrijdingsvaartuigen, de mijnenjachtcapaciteit en de mijnenjachtoefeningen.

Die contactdagen vonden plaats in Oostende, in de Belgisch-Nederlandse school voor mijnenbestrijding EGUERMIN (NATO Center of Excellence). Ze verliepen in aanwezigheid van viceadmiraal Rob Kramer, de Nederlandse commandant der Zeestrijdkrachten en ABNL, en van divisieadmiraal Wim Robberecht, commandant van de Marine en adjunct-ABNL.

In hun verwelkoming beklemtoonden de admiraals de meerwaarde van de bijzondere mijnenbestrijdingsfamilie. Het is hun grootste bezorgdheid om gekwalificeerd personeel te behouden. Te veel jonge mensen verlaten de beide marines door de economische hoogconjunctuur in onze beide landen. Voor de beide staven is het belangrijk dat de gekwalificeerde mensen blijven. Dit is enkel mogelijk door nieuwe toekomstmogelijkheden, betere carrièrekansen en goede arbeidsvoorwaarden aan te bieden.

Het doel van de contactdagen was om informatie uit te wisselen tussen de mijnenbestrijdings- en duikofficieren bij de staven of andere Defensie-onderdelen. Ook alle scheepscommandanten van de mijnenjagers, steunschepen, hydrografische en patrouilleschepen van beide marines waren uitgenodigd om van gedachten te wisselen over mijnenbestrijding.

Bij de Belgische en de Nederlandse marine bereikt de huidige mijnenbestrijdingscapaciteit binnen vier jaar het einde van haar levenscyclus. Vanaf 2023 vervangen beide marines alle mijnenbestrijdingsvaartuigen en de A960 Godetia door nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen. Voor dat project heeft België de leiding. De binationale stuurgroep heeft de functionele eisen opgesteld en goedgekeurd. In januari 2019 maakt de regering bekend welke scheepswerf voor de aanbesteding is geselecteerd.

Het staat al vast dat er zes Belgische en zes Nederlandse mijnenbestrijdingsvaartuigen gebouwd worden. Hun bouw, onderhoud en de ondersteuning met wisselstukken worden vanuit België gecoördineerd, met Zeebrugge als draaischijf.

De toekomstige mijnenbestrijdingscapaciteit zal onbemande systemen gebruiken om op, onder en boven water springtuigen op te sporen en te vernietigen. Die totaal nieuwe werkwijze zorgt dat het moederschip niet meer in het mijnenveld moet komen. Enkel de mijnenbestrijdingsmiddelen zullen daar actief zijn. Bovendien gaan beide marines meer samenwerken met de industrie, waardoor ze kunnen rekenen op een snelle en efficiënte mijnenbestrijdingsvloot. België heeft trouwens op Europees niveau de leiding bij de ontwikkeling van maritieme (semi-)autonome systemen voor mijnbestrijdingsmaatregelen (PESCO MAS MCM).

Tijdens dit tweedaags symposium hield de stuurgroep voor de nieuwe mijnenbestrijdingsvaartuigen alvast rekening met de analyse van verschillende deelnemende specialisten. België en Nederland kozen tientallen jaren geleden om actief samen te werken op marinegebied. Het werd een fantastische samenwerking en een unicum binnen de NAVO.