def be
Home       Nederlands
  Français
logo .be
VOX Print |  Sitemap |
Landcomponent    Air Component    Navy Component    Medical Component   
Nederlands
Français
    : Home > VOX > Onderwerpen > Editie 17 september 2002 > Reportage > Pagina 6
 
Editie 17 september 2002
30 jaar ten dienste van het land
Verhalen van aan het front
Meer dan 18.000 uur vliegervaring op een vierkante meter.<br>Foto: Malek AzougGedurende de dertig Belgische dienstjaren van het Hercules-transportvliegtuig hebben de elf (tot in ’97 twaalf) toestellen de kaap van honderdduizend vlieguren ruim overschreden. Daarbij hebben ze alle mogelijke opdrachten in alle mogelijke uithoeken van de wereld vervuld. Omdat we de toestellen zelf moeilijk aan het woord konden laten, vroegen we aan enkele ervaren bemanningsleden om wat markante anekdotes te vertellen.
Bart Callens
Het gevaar schuilt vaak in onverwachte situaties. Tijdens een operatie ben je een beetje voorbereid op precaire situaties, maar als je deelneemt aan een airshow ben je altijd een beetje toerist. ’93, de vliegmeeting van het Engelse Fairfort. ‘Bart’ Praet zit met een bemanningslid boven op het toestel te genieten van een middagzonnetje. Op dat moment is een Russische Mig-29 bezig aan een solo-demonstratie. Plotseling verliest de piloot de controle over de jet. Als een ongeleid projectiel met duizenden liters fuel aan boord komt de Mig met een duizelingwekkende snelheid op de Belgische C-130 af. Als in een film ziet commandant Praet zijn leven aan hem voorbijflitsen. Dagen na het ongeluk is het net alsof de Mig slechts traagjes naderde. Hij kan niet van de zes meter hoge C-130 springen. Er rest hem slechts zijn gezicht tussen zijn knieën te plaatsen en het beste te verhopen. De Mig passeert op enkele meters en rukt een gedeelte van de staart van de C-130 af. Personen die het ongeluk hebben zien gebeuren, denken dat ‘Bart’ in brand staat. Hij komt er echter met een verschroeide vliegoveral vanaf, in tegenstelling met zijn Hercules, die een grondige herstelbeurt moet ondergaan. Afgeknakt staartroer luidt de diagnose.
Het droppen van voedsel-pakketten in Afrika was een kwestie van proberen, mislukken en opnieuw proberen.<br>Foto: Pierre BogaertOp een bepaald moment in de jaren negentig waren de Belgen niet meer welkom in Zaïre. Door omstandigheden maakte een Belgische piloot deel uit van een Nederlandse C-130 die alle dagen op Kinshasa vloog. Hij kreeg dan de raad om aan boord te blijven. Na elke landing moest de Nederlandse betaalmeester onmiddellijk $ 600 landingsrechten betalen in de verkeerstoren. Na een tiental landingen krijgt de Belgische piloot, commandant Raf Gijbels, het op zijn heupen en begeleidt de Nederlandse betaalmeester naar de verkeerstoren. Raf Gijbels is wel de man met de meeste vlieguren en is goed gekend op de Zaïrese luchthaven waar hij al ettelijke keren met Belgische toestellen is geland. Bij het zien van Raf ontstaat er een gemoedelijke sfeer op de toren en de Zaïrezen zeggen: “Ah, onze Belgische vriend is daar! Vlieg jij mee met de Nederlanders? Dan hoeft je geen landingsrechten meer te betalen.” Indien de Nederlanders dat maar vroeger geweten hadden….
Vallen en opstaan
Hoewel de piloten een doorgedreven opleiding genieten is improvisatie een alledaags gegeven. ‘Stef’ vertelt:
“Van in het begin van mijn vliegloopbaan was ik betrokken bij de voedseldroppings. Het was echt een kwestie van vallen en opstaan, experimenteren, mislukken en opnieuw proberen. De gedropte voedselpakketten zaten in het begin in één zak. Door de kracht van de inslag scheurde die. Dan twee, weeral hetzelfde. Pas toen er drie zakken om de pakketten zaten, lukte het. Elke avond zaten we dan rond de tafel om verbeteringen aan te brengen. Die droppings gebeurden vaak in gevaarlijke zones zonder radiocontact. Er werden toen bijvoorbeeld volgende afspraken gemaakt: als de motorkap van het VN-voertuig omhoog stond, betekende dit: niet veilig, er zijn rebellen, je kan niet landen. Motorkap omlaag, alles veilig."
Hachelijk
Dirk herinnert zich nog een nachtvlucht boven Pakistan enkele maanden geleden in het kader van een Isaf-opdracht (vredesmacht in Afghanistan).
Niet alom geweten maar Belgische C130-bemanningen hebben voor de RAF gevlogen van’82 tot ‘91 omdat de Engelse luchtmacht tot over zijn oren in het werk zat omwille van de gevolgen van de Falklandoorlog.<br>Foto: Pierre Bogaert
“We hadden juist een spervuur van lichtgevende kogels ontweken en we waren er juist een beetje gerust in dat we de vlucht probleemloos konden beëindigen. Een bemanningslid stond op de uitkijk. Plotseling schreeuwt hij dat er iets op ons is afgevuurd. Vooraleer wij ‘pap’ konden zeggen, scheert het projectiel rakelings langs ons. Wij hebben nooit geweten wat voor projectiel het was, maar het zal wel geen geleid geweest zijn. Onze piloten worden dan wel getraind om in dergelijke situaties snel te reageren, maar de mogelijkheden met een zwaar toestel zijn beperkt. Toen heb ik toch wel even geslikt.”

Ook in Angola was het gevaarlijk. De Belgen hadden daar gedurende enkele maanden een luchtbrug tussen enkele luchthavens verzorgd. Luttele tijd na het aflopen van de Belgische opdracht werden twee door de VN gecharterde Antonov-transportvliegtuigen - de opvolgers van de Belgische toestellen - neergehaald. Meer dan eens stond de loadmaster na het openen van het laadruim in de mond van enkele kalasjnikovs te kijken. Of besluit de bemanning in laatste instantie dan toch niet op een bepaalde plaats te landen en dan blijkt die plaats bezet door rebellen. Soms moet je een beetje geluk hebben…

Meer dan eens vloog de bemanning in jeans of short omdat een militaire uitrusting de lokalen op slechte gedachten kon brengen. Om diezelfde reden was een C-130 die voor het World Food Program in Soedan vloog helemaal in het wit geschilderd.
C-130-technici doen het overal.<br>Foto: Pierre BogaertTijdens een landing in Kukes in Noord-Albanië heeft ‘Stef’ zijn remmen eens niet nodig gehad. Na overvloedige regens was de landingsbaan veranderd in een modderpoel en direct nadat de wielen de grond raakten, reed het toestel zich gewoon vast in de drek. Dan zit er niets anders op dan met schop en houweel het toestel los te wrikken of gewoon te wachten tot de baan weer droog en hard wordt.
Een dergelijke job die een zware familiale, morele en fysieke tol eist, hou je maar vol als je erg gemotiveerd bent. En de C-130 bemanningsleden houden van hun job. Ze zijn er fier op. Geef toe, een 21 juli zonder C-130’s zou toch geen gezicht geweest zijn.
Wie is wie?
Commandant ‘Stef’ Buyse vliegt sedert ’84 op C-130, heeft al 8.200 vlieguren op dit toestel en is één van de acht boordcommandanten in het smaldeel. Daarmee zit hij de huidige recordvlieger, die ongeveer 10.000 uren heeft, dicht op de hielen.

Commandant ‘Bart’ Praet vliegt sedert ’90 op C-130, na drie jaar op F-16. Hij heeft al 6.600 uren op zijn teller.

Eerste sergeant-majoor ‘Dirk’ van Mechelen is loadmaster. Het technisch boordpersoneel heeft iets minder vlieguren dan de piloten. Dirk komt aan 3.500.

0,50