-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Manoeuvreschade

Manoeuvreschade

In het kader van hun trainingsopdrachten en oefeningen of van verplaatsingen in het burgermilieu proberen de operationele eenheden uiteraard de overlast voor de burgerbevolking zoveel mogelijk te beperken.

Bij oefeningen in het burgermilieu gaat het er echter om de omstandigheden tijdens echte operaties zo goed mogelijk te benaderen, waardoor de militaire overheid in bepaalde gevallen moet beslissen om vrij dicht bij woningen, gewassen en andere particuliere goederen te komen.

In deze context kunnen zich dan natuurlijk ongewenste incidenten voordoen die aanleiding kunnen geven tot schade aan particuliere goederen of eigendommen.

De wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen stelt een specifieke vergoedingsregeling vast die in dergelijke gevallen van toepassing is, waarvan de procedure in de tussenkomst van een commissie tot raming van schade alsook in de deelname van de lokale gemeentelijke overheden voorziet. De wetgeving heeft een uitzonderingsregeling ingesteld die gunstiger blijkt te zijn voor de slachtoffers dan het gemene recht in principe is. Het volstaat immers dat de benadeelde personen het bestaan van schade en het oorzakelijke verband tussen deze schade en de activiteit van de krijgsmacht aantonen. Het is dus geenszins noodzakelijk om het bestaan van een fout van de krijgsmacht aan te tonen.

Deze uitzonderingsregeling dekt echter enkel rechtstreekse materiële schade, wat de vergoeding van immateriële schade of schade zoals verlies van verwachte winst uitsluit. Er dient ook opgemerkt te worden dat materiële schade veroorzaakt door de doortocht van schepen, vliegtuigen of helikopters in principe niet in deze uitzonderingsregeling is opgenomen.

De vergoeding van de door de voornoemde wet bedoelde schade is onderworpen aan een bijzondere administratieve procedure die in enkele weken kan worden afgerond zonder dat een gerechtelijke procedure nodig is.

De bevoorrechte gesprekspartner van personen die schade hebben geleden tijdens manoeuvres of militaire oefeningen is het gemeentebestuur van de plaats waar het incident zich heeft voorgedaan. De benadeelde personen worden dus door de gemeentediensten op de hoogte gesteld van het vervolg van de procedure, aan het eind waarvan ze eventueel een voorstel tot schadevergoeding van de Defensiestaf ontvangen.

Tegen deze beslissing kan beroep aangetekend worden bij de territoriaal bevoegde vrederechter.

De eigenlijke procedure:

De procedure die van toepassing is in geval van schade aan derden veroorzaakt tijdens manoeuvres of oefeningen wordt bepaald door de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen en door het reglement over de militaire opeisingen, goedgekeurd door het koninklijk besluit nr 2562 van 3 mei 1939 tot uitvoering van de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen.

Het principe van deze procedure is dat elke materiële schade die in de context van manoeuvres of militaire oefeningen werd veroorzaakt, aan de militaire overheid gemeld dient te worden en dat een commissie tot raming van schade een cijfermatige schatting van deze schade dient te maken. Deze commissie bestaat uit afgevaardigden van het leger, waaraan een afgevaardigde van het gemeentebestuur wordt toegevoegd. De wet verleent hier dus aan de gemeente de rol van afgevaardigde van de personen die op haar grondgebied schade hebben geleden.

Hoe verloopt de procedure concreet?

Voorbeelden: Tijdens oefeningen of manoeuvres wordt een omheining beschadigd, er worden sporen gemaakt op een terrein, één of meerdere voorwerpen worden beschadigd… Wat te doen?

  • Melding van de schade:

    Wanneer een persoon vaststelt dat hij tijdens door het leger uitgevoerde manoeuvres of oefeningen materiële schade heeft geleden, kan hij dit onmiddellijk melden aan de leden van het militaire personeel die ter plaatse aanwezig zijn: een officier of onderofficier kan de verklaring noteren en deze aan de provinciecommandant overbrengen.

    Indien geen enkel personeelslid van Defensie ter plaatse aanwezig is, kan de persoon die meent dat hij een dergelijke schade heeft geleden, dit melden aan de gemeentelijke overheden van het grondgebied waarop de schade werd veroorzaakt. Het is dus de plaats van het incident die bepaalt welke gemeente bevoegd is. Het gaat dus niet noodzakelijk om de gemeente van de woonplaats of het domicilie van de benadeelde persoon.

  • Raming van de schade:

    Zodra de schade gemeld is, stuurt de gemeente of de militaire eenheid die de klacht heeft ontvangen, de inhoud ervan naar het territoriaal bevoegde provinciecommando dat verantwoordelijk is voor het samenroepen van de commissie tot raming van schade.

    Deze commissie stelt een bedrag van schadevergoeding voor aan de eigenaar van de beschadigde goederen die dit bedrag kan aanvaarden of weigeren. Let op: het gaat enkel om een voorstelDe aanvaarding van het bedrag gebeurt in deze fase onder voorbehoud dat de schadevergoeding door Defensie wordt toegekend. Het is de juridische dienst van de staf (DGJM) die zich definitief over deze kwestie uitspreekt.

    Het proces-verbaal dat door de leden van de commissie en de benadeelde partijen getekend is, wordt samen met de bijlagen (raming van de herstellingskosten, facturen, enz.) rechtstreeks naar de legerstaf gestuurd, waarvan de juridische dienst (DGJM) belast is met de analyse van het dossier in feite en in rechte en met het nemen van een beslissing in naam van de minister binnen een termijn van zes maanden.

    Bovendien deelt het provinciecommando aan de staf ook alle nuttige informatie mee over de oefening die aan de gang was en de eenheid of eenheden die eraan deelnamen.

  • Beslissing en schadevergoeding:

    De dienst geschillen van de staf (DGJM-JMLITIG) is met name bevoegd om aanvragen voor schadevergoeding met betrekking tot manoeuvreschade te ontvangen en te behandelen. Hij is ermee belast vast te stellen of de wettelijke voorwaarden zijn vervuld: de aard van de schade, de omstandigheden en, vooral, of de schade werd veroorzaakt door de troepen op oefening.

    Deze dienst kan een aanvraag tot schadevergoeding eventueel afwijzen, ondanks een akkoord over het bedrag dat eerder werd vastgesteld in het proces-verbaal van de commissie tot raming van schade. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen indien er elementen zijn die erop wijzen dat de schade geen materiële schade is die rechtstreeks voortkomt uit de militaire oefening of dat deze schade een andere oorzaak heeft dan de door het leger gevoerde oefeningen.

    Zodra deze dienst tot de beslissing is gekomen of de gevraagde schadevergoeding al dan niet, geheel of gedeeltelijk, moet worden toegekend, deelt Defensie deze beslissing mee aan de gemeentelijke overheden die de betrokken personen van de beslissing op de hoogte moeten brengen.

    De benadeelde persoon of personen hebben dan een termijn van vijftien dagen om zich uit te spreken over de schadevergoeding die Defensie hen al dan niet heeft toegekend: in geval van aanvaarding of stilzwijgen van hunnentwege tijdens deze termijn wordt onmiddellijk  tot de betaling van de schadevergoeding opdracht gegeven door de staf.

    In dat geval wordt het bedrag van de schadevergoedingen volledig op de rekening van het bevoegde gemeentebestuur gestort, dat op zijn beurt elk bedrag aan de begunstigde persoon of personen moet overmaken.

  • Wat gebeurt er in geval van onenigheid?

    Het is mogelijk dat een benadeelde persoon de beslissing van Defensie afwijst, ofwel omdat het voorgestelde bedrag te laag is, ofwel omdat elke financiële vergoeding geweigerd wordt.

    In een dergelijk geval moet deze persoon zodra mogelijk en in elk geval binnen de vijftien dagen nadat de beslissing die hij aanvecht hem betekend werd, aan het bevoegde gemeentebestuur melden dat hij niet akkoord gaat en waarom.

    Zodra deze betwisting geregistreerd is, moeten de gemeentediensten de Defensiestaf hiervan op de hoogte brengen en het dossier aan de territoriaal bevoegde vrederechter overbrengen.

    De vrederechter is uitsluitend bevoegd om kennis te nemen van geschillen met betrekking tot manoeuverschade, ongeacht het bedrag. Indien het bedrag van het geschil hoger is dan  1 860 €, heeft elke partij in de procedure het recht om een verzoekschrift tot hoger beroep tegen de beslissing van de rechter in te dienen.

Contactpersonen: Tot wie moet u zich richten? De bevoegde overheden

De gemeente

Indien u in het kader van legermanoeuvres of –oefeningen schade lijdt, is uw bevoorrechte gesprekspartner het gemeentebestuur van de plaats waar het incident zich heeft voorgedaan.

Bijvoorbeeld, indien u uw domicilie heeft in Namen en een terrein bezit in Saint-Hubert dat door militaire voertuigen beschadigd werd, moet u contact opnemen met het gemeentebestuur van Saint-Hubert om de schade te melden.

Het provinciecommando

Elke provincie van het koninkrijk heeft een militair provinciecommando dat de klachten moet verzamelen en de vergadering van een commissie tot raming van schade veroorzaakt door manoeuvres, moet organiseren. Indien u problemen hebt bij uw contacten met de gemeentelijke overheid of indien u aanvullende toelichtingen over uw klacht wenst, vindt u hier de lijst van provinciecommando’s en hun contactgegevens.

De staf, divisie geschillen

Ten slotte, zodra de commissie tot raming van schade samengekomen is en u het proces-verbaal heeft getekend, wordt dit voor beslissing doorgestuurd naar de legerstaf, Algemene Directie Juridische Steun en Bemiddeling, Divisie Geschillen (DGJM-JMLITIG).

Deze dienst heeft zes maanden om een definitieve beslissing te nemen over het hem overgelegde dossier, maar indien u toch nadere verduidelijkingen wenst, kunt u uw vragen sturen naar het volgende adres:

Defensie
DGJM-JMLITIG
Kwartier Koningin Elisabeth
Blok 4B – Lokaal 4B 3-60
Eversestraat 1
1140 Evere

Email : degmansch@mil.be