-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Defensie biedt onderdak aan vluchtelingen

Defensie biedt onderdak aan vluchtelingen

 

Deze zomer stelde Defensie delen van enkele kazernes beschikbaar aan Fedasil en het Rode Kruis. Ook in Elsenborn en Doornik vonden meer dan 500 asielzoekers onderdak. Hoewel militairen en asielzoekers maar enkele meters van elkaar verwijderd zijn, hebben ze nauwelijks contact met elkaar.

Vier grote logementsblokken in de kazerne van Elsenborn zijn omringd door prikkeldraad en omheining. Hier vinden we Mohamad. Hij ontvluchtte zijn geboorteland Irak op zoek naar een veiliger leven. Begin september kwam hij aan in het asielcentrum van Elsenborn. "Het centrum is prima", meent hij. "Maar momenteel is het erg koud door de sneeuw die eergisteren gevallen is. De gebouwen zijn degelijk en goed onderhouden, lijkt me. We zijn de Belgische Defensie en overheid dankbaar voor de opvang en steun."

De meerderheid van de vluchtelingen in Elsenborn zijn landgenoten van Mohamad. Zo'n 21 procent van de bewoners komt uit Syrië en 11 procent uit Afghanistan. In totaal telt het centrum 25 nationaliteiten.

De man die alles in goede banen leidt, is de directeur van het centrum, Didier Mousny van Fedasil. Hij is de militairen dankbaar voor de gebouwen, maar benadrukt dat er geen contact is tussen bewoners en militairen. "Door de omheining worden de vluchtelingen volledig afgeschermd van het gebeuren in kazerne. Ze kunnen elkaar niet zien en er is een aparte ingang voor het asielcentrum. Er is dus geen invloed op het militaire leven hiernaast."

Doornik is haast een kopie van de situatie in Elsenborn. Ook deze kazerne is in twee gesneden om de asielzoekers onderdak te kunnen bieden. "Een groot deel van ons kwartier stond leeg", zegt kolonel Ruben Ballegeer, commandant van het Competentiecentrum Vorming en Steun. "Ideaal dus om onze overheid te helpen deze mensen op te vangen. We haalden in sneltempo de gebouwen leeg en namen samen met Fedasil en het Rode Kruis maatregelen op het vlak van brandveiligheid en dergelijke."

Dit kost Defensie echter niets aan middelen of mankracht. Alles is voor de rekening van Fedasil en het Rode Kruis. Toch benadrukt kolonel Ballegeer dat Defensie steeds indien nodig steeds steun wil leveren. "De samenwerking tussen Fedasil, het Rode Kruis en Defensie verloopt optimaal", besluit hij. "We zijn steeds bereid steun te leveren aangezien we graag deze vluchtelingen willen helpen en de asielcrisis in ons land mee willen oplossen."