-A A +A

Andere informatie en diensten van de overheid: www.belgium.be

Autonoom op mijnenjacht

Autonoom op mijnenjacht

 

De kerntaak van de mijnenjager M923 Narcis is uiteraard mijnen opsporen en onschadelijk maken. De Baltische Zee, waar de operatie Open Spirit plaatsvindt, is echter berucht voor zijn temperatuurlagen, waar de sonar moeilijk doorheen kan kijken. Dan grijpen ze naar een ander middel: de autonome onderwatersonar REMUS.

Het is een bekend euvel voor mijnenjagers op de Baltische Zee. Tijdens bepaalde periodes van het jaar, waaronder de zomer, vormen zich in het water verschillende temperatuurlagen. Omdat de Baltische Zee volledig ingesloten is, staat er weinig stroming en kunnen die lagen maandenlang blijven liggen.

Dat is een probleem voor de mijnenjacht, want de sonar van het schip, de zogenaamde hull mounted sonar, kan niet goed doorheen die temperatuurlagen kijken en dus geen helder beeld vormen van wat er op de bodem ligt. Toch een redelijk cruciale vereiste om op mijnen te kunnen jagen. Om dat probleem het hoofd te bieden, gebruikt de bemanning een autonoom onderwatertoestel met twee zijdelingse sonars, de zo genaamde Remote Environmental Monitoring Units (REMUS).

Wanneer de REMUS met behulp van een zodiac-motorbootje in het water wordt gezet, zakt het tot op drie meter van de bodem. Daar start het automatisch en begint het autonoom aan zijn voorgeprogrammeerde zoekpatroon. Het kan tot zeven uur lang de bodem blijven afspeuren.

Na afloop downloadt de REMUS-bemanning de sonarbeelden. Ze analyseren die op mogelijke contacten, mijnen dus, die ze doorgeven aan het commando van het schip. Dat commando kan beslissen om een Seafox-ontmijningsvaartuig of duikers te sturen om bepaalde contacten van dichtbij te onderzoeken.

De REMUS is een relatief nieuwe aanwinst voor Defensie. In 2006 kwamen de eerste toestellen aan. Toch hebben die autonome onderwatertuigen al een solide plaats verworven in de keten van de mijnenjacht.