| |
 |
| De patroonheilige |
|
|
| Voorafgaandelijke opmerking : Dit artikel komt niet volledig overeen met de Franstalige versie gezien de verschillende invalshoek van de twee auteurs.
|
|
|
De patroonheilige van de Cavalarie is Sint-Joris, ook bekend als Sint-Joris met de draak. Hoewel Joris algemeen beschouwd mag worden als één van de beroemdste christelijke figuren, is er met historische zekerheid zeer weinig over de man bekend.
De vroegste bron, Eusebius van Caesarea, schrijft in 322 over een jonge soldaat van adellijke afkomst die in Nicodemia op 23 april 303 ter dood werd gebracht op bevel van keizer Diocletianus, maar vermeld geen naam, geen land van afkomst en zwijgt in alle talen over de plaats waar deze figuur zou zijn begraven.
Latere bronnen, voornamelijk een reisverhaal van de pelgrim Theodosius (530), en inscripties daterend van 346 en gevonden in Syrië, geven iets meer details. Joris (of Gerogius) zou afkomstig zijn van een adellijk geslacht in Cappadocie, Klein-Azië (nu Turkije) en zou als jonge knaap van 15 reeds dienst genomen hebben in het Romeinse leger, waar hij opklom tot de graad van tribuun. Hij zou zich inderdaad hebben laten bekeren tot het christendom, en zich ontpoppen tot een fervente aanhanger van die leer. Dat zou hem uiteindelijk zuur opbreken, door zijn protesten tegen de vervolging van de Christenen werd hij op bevel van Keizer Diocletianus onthoofd in Lydda (momenteel de stad Lod, in de buurt van Tel Aviv). Die martelarendood was de voornaamste oorzaak dat hij al snel (en vooral in de Oosterse Kerk) na zijn dood heel populair werd en werd aanbeden voor zijn moed en zijn reputatie als grote verdediger van het Christelijk geloof, de armen en de zwakken.
Het was ook in het Nabije Oosten dat op die manier een groot aantal legenden ontstonden, waar Joris een leidende rol in speelt. Zo is er bijvoorbeeld de legende die ons vertelt over de keer dat Joris als straf voor het belijden van zijn geloof zou zijn gemarteld: er werden 50 nagels in zijn hoofd gehamerd, zijn ogen werden uitgestoken en men goot kokend lood in zijn schedel, hij werd op een rad gelegd, en daarna in een put met ongebluste kalk geworpen. Tot ieders verbazing overleefde hij dit zonder enige zichtbare verwonding, en dit mirakel zou de aanleiding zijn geweest voor de keizerin om zich ook te laten dopen, wat dan uiteindelijk tot de aanhouding en onthoofding van Joris zelf zou leiden.
De bekendste legende is zonder meer die van Joris met de draak. Joris zou door het land rondtrekken en zou op een dag bij de stad Sylcha zijn aangekomen, aan de oevers van een moeras. In dat moeras huisde een wrede draak die heel de streek tiranniseerde. Dagelijks moesten hem twee schapen geofferd worden, anders keerde hij zich tegen de bewoners. De stad raakte echter door de aanwezige voorraad schapen heen, en de draak eiste dan mensenoffers. Die werden door lottrekking aangewezen en de eerste bewoner die deze twijfelachtige eer te beurt viel was de dochter van de koning. Toen de prinses zich, getooid in haar bruidsjurk en bruidsjuwelen aanbood voor het offer, greep Joris in: hij begon een verschrikkelijk gevecht met de draak, en doodde hem uiteindelijk met zijn lans. Omdat hij dat gevraagd had als tegenprestatie, lieten na afloop de koning en met hem 15.000 landgenoten zich dopen ...
Net zoals zoveel bij Joris, is de herkomst van deze legende vaag. Ze werd verspreid vanaf de zesde eeuw, en tot op heden is de juiste aanleiding of bedoeling niet echt achterhaald, hoewel er verschillende theorieën over zijn.
Een mogelijke verklaring is dat het een verchristelijkte versie van oude heidense sagen en legenden zou zijn, waarin de draak het Kwade voorstelt. Een andere theorie stelt voorop dat het verhaal van Joris met de draak weer een verchristelijkte versie zou zijn van de Griekse legende van Perseus, die de maagd Andromeda zou gered hebben van een zeemonster in Jaffa, dichtbij Lydda (Diospolis). Of misschien is de legende gewoon een allegorie op de christenvervolging door Diocletianus, die volgens andere bronnen, inderdaad de bijnaam de draak had.
|
Deze legende is ook de leidraad in elke vorm van iconografie rond de figuur van Joris: bijna alle bekende afbeeldingen van deze martelaar tonen Joris, op zijn paard, in gevecht met de draak.
De oorsprong van de wapenpins van de Cavalerie op het Belgische uniform is hiermee ook duidelijk gemaakt…
Ook in het Westen raakte Joris snel bekend en populair, ondermeer door de Handelingen van Sint-Joris. Dit werk, in het begin van de achtste eeuw geschreven door Arculpus en Admnan, werd ook in het Angel-Saksisch vertaald en vertelde het verhaal van Joris wedervaren in Glastonbury (Engeland), waar hij in het Romeinse Leger zou hebben gediend.
|
Globaal mogen we aannemen dat zowel in het Oosten als in het Westen Joris rond de 9de eeuw aanzien werd als Sint-Joris. Zijn populariteit nam een hoge vlucht in Engeland toen hij zou zijn verschenen aan de Kruisvaders bij de Slag van Antiochië in 1098, wat hem meteen de titel van patroonheilige van de soldaten opleverde. Dergelijke verhalen werden frequent door Kruisvaarders verteld, die ze in het Oosten hoorden van de Byzantijnse troepen. In het Westen, vooral in Engeland, werden deze verhalen dan verder verspreid door de troubadours.
Ook in de hoogste kringen was Joris populair: toen Richard I (Lionheart) stelde zijn Kruisvaarderleger dat in 1191 – 1192 campagne voerde in Palestina, onder de hoge bescherming van Sint-Joris. De Kerk volgde, in 1222 zou de Synode van Oxford hem uitroepen als Patroonheilige van Engeland, met als feestdag 23 april. De verering in Engeland was totaal: de banier (een rood kruis op een witte achtergrond) van Sint-Joris zou de nationale vlag van Engeland worden, en werd zelfs al vanaf de Honderdjarige Oorlog gebruikt als uniformtuniek voor het landleger.
De rest van Europa maakte kennis met Sint-Joris, vooral na het verschijnen van de Legenda Sanctorum (later Legenda Aurea genoemd) in 1265, van de hand van Jacobus van Voragine. Hoewel niet integraal aan Sint-Joris toegewijd, heeft dit werk ontzettend veel bijgedragen tot de verspreiding van de verering van Sint-Joris. Het is hier dat de legende die nu zo beroemd is, voor de eerste keer in een samenhangende, literair verantwoorde vorm werd opgetekend. Wél verwonderlijk is het feit dat de officiële Katholieke Kerk niet zo echt veel moeite deed om de cultus van Sint-Joris aan te moedigen, het tegendeel is eerder waar. De oorsprong hiervan zou de onafhankelijke koers kunnen zijn die de Engelse katholieken steeds hebben gevaren, maar de reden is wellicht simpeler. In een decreet van paus Gelasius I (Decretum Gelasianum de libris recipiendis et non recipiendis) van het begin van de 6de eeuw staat dat de katholieken zeer omzichtig moeten omspringen met teksten over Sint-Joris, we kunnen hieruit concluderen dat we hier te maken hebben met een (weliswaar vroege) uiting van bekommernis voor bronzuiverheid. Niettegenstaande dit alles bloeide de cultus van Sint-Joris ten volle in de Middeleeuwen; hij werd niet alleen de patroonheilige van de soldaten, maar ook van ruiters, zadelmakers, zieken, beenhouwers, boeren, boogschutters en van kruisboog- en kloveniersgilden. Een aparte vermelding past hier voor het feit dat Sint-Joris ook patroonheilige werd van de ridders: de financiële en morele elite van die tijden. Zijn naam werd zelfs mee in de aanvaardingsformule opgenomen: Voor God, voor Sint-Michiel en voor Sint-Joris: ik sla U tot Ridder… Ook complete ridderorden vereerden hem als patroonheilige: de Tempeliers en niet minder belangrijk, in 1348 koos Edward III hem als patroon voor de pas opgerichte Orde van de Kousenband.
Waar het opkomende protestantisme de verering in gedrang bracht, werd deze echter tijdens de Contrareformatie weer volop in ere hersteld. De heroïsche strijd van Sint-Joris tegen de draak paste immers wonderwel in de tijdsgeest: net op dat ogenblik ontdekte Europa andere tot dan onbekende werelden. De eerste missionarissen werden vergeleken met Sint-Joris: het geloof verdedigend, met het zwaard indien nodig. In de vorige eeuw, werd Sint-Joris ook nog in de schijnwerpers gezet door Baden-Powel, de stichter van Scouting, die oordeelde dat waarden zoals dapperheid, fierheid, eer en trouw aan het Christelijke geloof perfect illustreerden waar zijn beweging voor moest staan. In de internationale Scoutingbeweging is 23 april nog altijd Sint-Jorisdag, een hoogtepunt in de jaarwerking.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, wanneer Londen kreunt onder de Duitse bombardementen, besluit de Engelse koning George VI, als eerbetoon aan de dappere burgerbevolking, het George Cross in het leven te roepen, de hoogste burgerlijke onderscheiding voor uitzonderlijke moed en die het equivalent is van het Victoria Cross voor de militairen. Een andere onderscheiding voor moedig gedrag is de George Medal.Deze onderscheidingen zijn een perfect voorbeeld van wat Sint-Joris momenteel voor zoveel Cavaleriesoldaten in zoveel legers ter wereld betekent: de verpersoonlijking van moed, eer, dapperheid en ridderlijkheid… De universele en eeuwige waarden van de Cavalerie !!!
|
|
|
|
|
____________________ Auteur : Reservemajoor Daniël De Hondt Juni 2005
Bronnen : Michael Collins, St.George, Brittania Internet Magazine, Oxford 1998 H. Delehaye, Les legendes grecques des saints militaires, Paris 1909 Richard Miller, Cycle des Conférences sur St Georges terrassant le dragon, Mons, 23 novembre 2004, 14 décembre 2004 www.catholic.org www.heiligen.net
|
 |
|